zondag 11 augustus 2013

Zwartkijken?

REACTIE OP KANON'GEBULDER' 

Peter Kroone: Of de kanonnen nu geschilderd zijn in ossenbloedrood, bruin of zwart, er wordt niet meer mee geschoten, zij zijn een onderdeel van de wallen die we graag presenteren aan onze eigen inwoners en aan toeristen uit binnen-en buitenland, daarom passen deze kanonnen en affuiten met dit ossenbloedrood prima bij de uitstraling die we de opgeknapte wallen en de witgeschilderde bastions (zal vast ook niet historisch zijn) geven. Kijk eens op de site van de vestingsteden Naarden en Muiden en Hellevoetsluis en zie hoe je van de vestingwerken een prachtig toeristisch product kan maken, hopelijk wordt dit in Brielle ook zo. Laten we ophouden zo zwart kijken. Daarom dit fraaie plaatje van onze vesting. Geniet er van, Peter Kroone.




Rens: Beste Peter. Bedankt voor je reactie. Wat het verven van de kanonnen betreft zullen we het dus nooit eens worden. Ik heb gezien dat jullie de kleuren die jullie gebruiken uit Naarden als voorbeeld hebben genomen. Of de kanonnen nu wel of niet schieten speelt natuurlijk geen enkele rol. 

Ten overvloede meld ik je nogmaals zéér veel waardering te hebben voor jullie inzet! Maar dat neemt niet weg dat ik mijn mening over de uitvoering daarvan een andere mening mag hebben. En je weet dat ik daarmee niet de enige ben. Mijn opmerkingen zijn NIET om negatief te zijn, maar omdat ook ik het beste voor heb met mijn geboorte stad Den Briel en de mensen die zich daar voor inzetten, meen ik dat kenbaar te mogen maken. Je mag me dan een zwartkijker vinden, belangrijk is dat ik in elk geval iedereen recht in de ogen kan kijken. Ik wens jullie heel veel succes met al dat werk wat jullie voor Den Briel verzetten om de Brielse vesting er goed uit te laten zien, en blijf jullie met grote belangstelling volgen. Rens.

zaterdag 10 augustus 2013

Kanon'gebulder'


MENINGEN OVER HET SCHILDEREN VAN DE BRIELSE KANONNEN
,,Hoewel niet iedereen het eens is dat wij de kanonnen geschilderd hebben, is er geen historisch bewijs dat ze nooit geschilderd zouden zijn,'' verklaren de mannen van het Erfgoed Gilde, die zich zo geweldig inzetten met het opknappen en vernieuwen van de kanonnen op de wallen. 
Het tegendeel is juist waar. Hout, gebruikt als gebruiksvoorwerp en wapentuig werd in die tijd niet geschilderd. Er is niet één afbeelding of beschrijving te vinden waar sprake is van het schilderen van dergelijke voorwerpen. Logisch, want wie weet hoe in vroegere tijden verf gemaakt moest worden, weet dat dat een intensive en zeer kostbare zaak was. Tafels, stoelen en huismeubilair werden om die reden uitsluitend in de olie of in de was gezet! 
Verf werd gemaakt en gebruikt door de kunstschilders voor schilderijen of decoraties. Een blik verf kopen zo als tegenwoordig was ondenkbaar. Alles moest met natuurlijke producten gemaakt worden. 
Een ander belangrijk argument om de affuiten NIET te schilderen, is dat het minimaal vier keer kostbaarder is dan het in de olie of beits te zetten. Door de affuiten te schilderen zal je ze nu elke twee jaar grondig moeten gaan schuren en opnieuw verven om ze in goede staat te houden. Op deze manier verspild men een hoop tijd, geld en is er sprake van Disneyficatie van de historische kanonnen.

Rens van Adrighem


Op facebook kwamen een aantal reacties.


Hans de Visser: Helemaal gelijk Rens, het komt op de foto's erg kitscherig over. Ik kan mij niet voorstellen dat dit de originele kleuren waren. Lijnolie, bruine karboleum of teer had beter gestaan en ruikt ook nog eens authentiek.

Roberto Cuestor: Ik durf het bijna niet te zeggen … Maar ik ben 't met je eens. Sterker nog: volgens mij heb je gewoon gelijk.

Rens van Adrighem: Goed dit te horen. Ik kon me niet voorstellen de enige te zijn. Maar ja, als ik wat zeg ben ik een zeikerd die zich nergens mee moet bemoeien. Maar het gaat hier om Briels Erfgoed, en dat mag nooit Disneyficatie ten deel vallen, dus zal ik altijd op dergelijke voorvallen reageren. Daarvoor zit Den Briel te diep in mijn hart.
Er is ook nergens een bewijs te vinden dat de Brielse Dom niet in de menie gezet werd vroeger, dus die kunnen ze dan ook wel gaan doen. Toch…..? Het moet dan wel oranje menie zijn vind ik.

Roberto: Ik vind dat zowel de galg als de bottelierskar in den Prinsen menie moeten worden gezet, alsook het beeld van de Nymph op het Asylplein!

Rens: Jij durft wel erg ver te gaan Roberto! Kijk maar uit dat ze jou niet een kleurtje gaan geven. (Ik zit gelukkig te ver weg) Er is ook nog altijd pek te verkrijgen en voor je het weet zit je ook nog onder de veren!

Roberto: Ik was laatst nog in Torrox en Nerja. Daar stonden roestige kanonnen op de boulevard en Balcon d'Europe en wel op mooie, houten, houtkleurige affuiten. Zag er beter uit. 

Rens: Ja Roberto, ik moet het eerste geverfde kanon nog tegen komen. Niet op oude schilderijen of gravures. Hoewel:… er staat er één in Den Briel!

Roberto: Ik snap best dat je je er over opwindt, zeker omdat je je zelf veel hebt ingespannen voor de stad. Een kritisch geluid is altijd goed zolang het iets toevoegt goed bedoeld is. En over die pek en veren gesproken … die staan bij sommige lieden permanent voor me klaar.

Rens: Door enthousiasme raakt men vaak in een tunnelvisie en komt men tot besluiten die de historie eigenlijk geweld aan doen en zoals ik het noem tot Disneyficatie lijden. Het is erg jammer dat men zich bij opmerkingen in veel gevallen op hun tenen getrapt voelt. Helaas, want ik weet waar ik het over heb en wil alleen maar geargumenteerd advies geven.

Adr. Cary H Schotel: ''Disneyficatie'' ik zal dat woord onthouden, klinkt goed, nooit eerder gehoord ….. maar heeft geen uitleg nodig. Kanonnen verven? Nooit van gehoord… 't wordt steeds gekker.

Rens: Toch blijf ik mijn beargumenteerde opmerkingen kenbaar maken, hoewel ik van te voren weet dat ze dat naast zich neer zullen leggen. Maar als niemand iets zegt loop je het gevaar dat het steeds verder gaat. Erg jammer allemaal, want ik weet als geen ander dat de mannen hun uiterste best doen met hun inzet. Een inzet waar je alleen maar enorme waardering voor kan opbrengen.


Roberto: Rens, je hebt gelijk dat je het aangeeft, ondanks de kans dat men zich op zijn pik getrapt zou kunnen voelen. Ik ben het met je eens. Bij deze!


Hans: Er is aardig wat ongenoegen over het kleurrijke rolpaard op de Brielse wallen, zou het misschien toch niet te laat zijn en dat men toch afziet van het bekladden van de overige exemplaren? Zo niet dan moeten ze flink wat verf aanschaffen, en waar moeten ze dat nou bewaren? Misschien in de open gehakte Courtine, waar nog geen bestemming voor is gevonden, of het kruithuis?

Roberto: Nou eh ... Het kruithuis maar niet. Daar komt een prachtige oudheidskamer inzake de 1 aprilvieringen door de jaren heen. Nee.. laten ze de affuiten in hemelsnaam beitsen. Houd 't maar op hout. Daar houd ik meer van.


Jeroen de Man: Ik ben het met je eens. Ik snap ook dat als er een discussie start een eenduidig besluit nodig is. Waardering voor de vrijwilligers die hier heel veel vrije tijd in steken. Jammer dat een monumenten commissie heel strikt is over een kleurenbeleid voor woningen, maar een beleid voor het aangezicht van onze Vesting Den Briel er schijnbaar (toch) niet is.

Onbegrensde kleurkeuze

KANONNEN IN ELK GEWENSTE KLEUR



Johan Wessels heeft op FaceBook wat kleurentips gegeven waarin de kanonnen die op de Brielse wallen staan geschilderd kunnen worden. Als de kanonnen toch geverfd worden is dat helemaal niet zo'n gek idee. Want rood, geel, groen, blauw, paars of een combinatie daarvan maakt dan ook niet meer uit. Het is zelfs mogelijk uw eigen beeltenis op een affuit te laten schilderen. We leven immers in 2013, een tijd met onbegrensde mogelijkheden. En ach,... degene die mekkeren over het rood verven van de kanonnen zijn gewoon blijven hangen in het verleden en hebben altijd wel wat op te merken. Er staat immers nergens beschreven dat de kanonnen 300 jaar geleden NIET geverfd werden. 
Dus waar zeuren ze over.



































donderdag 8 augustus 2013

Oudste Brielse bunker


OPENGEBROKEN EN WEER DICHTGEMAAKT



Het Erfgoedgilde, dat bestaat uit Frits Bohemen, Leen van Dijk, Guisep D’Silva , Peter Kroone, Albert Sars, Sven Schreuder, Johan Stam, Koos Steentjes, Jaap Rijsdijk en Sander van ‘t Verlaat, heeft achter de voormalige technische school aan de burgemeester H. van Sleenstraat de onder het wandelpad liggende zogeheten courtine tussen bastion VI en VII, een bomvrije ruimte met bijna de hele ploeg en nog een aantal belangstellenden, een van de dichtgemetselde ramen weer opengebroken.
Binnen lag veel rommel en twee tussenmuren bleken te zijn afgebroken. De ventilatieschacht was dichtgemetseld, ook aan de buitenkant van de wallen. Hoewel er veel werk verzet zal moeten worden, heeft deze ruimte potentie. 










Gedacht wordt om eerst de buitenkant weer op te knappen en weer ramen en deuren aan te brengen. Ook zal de ventilatieschacht weer opengemaakt moeten worden, zodat de ruimte weer kan ventileren. Maar dit is toekomstmuziek en voorlopig is de bunker weer dichtgemaakt.


Als oud-Briellenaar ben ik zeer benieuwd welke bestemming men aan deze oudste bunker van Den Briel gaat geven.

Rens van Adrighem

Kanonnen

 WEL OF NIET VERVEN


Half juli riep ik de werkers aan de kanonnen van de wallen op om te overwegen tot een ander besluit te komen wat betreft het SCHILDEREN van de affuiten. ,,Historisch gezien is het schilderen daarvan onjuist. Houtwerk werd in de periode van dit wapentuig nooit geverfd. Als het al behandeld werd, deed men dat hooguit met lijnolie. Op de eerste plaats bespaard dat een hoop werk, en nu het geschilderd is zal het om de twee jaar weer geschuurd en geverfd moeten worden. De keuze van olie, of een goede matte beitssoort zou niet alleen een hoop werk en geld besparen, maar de uitstraling van het affuit is daardoor historisch gezien juister. Zo het nu rood geschilderd is en met zwarte wielen komt het als een speelgoed kanon over. Het zal jullie bekend zijn dat er uit de bevolking ook opmerkingen over de kleur zijn. En eigenlijk heeft men daar gelijk in. Ik hoop dat jullie dit niet als betweterige kritiek ervaren, en misschien toch nog eens willen overwegen de verf te gaan vervangen door olie, of een matte beits. Het affuit blijft dan origineler, het bespaard een hoop werk en geld.''

'Er is geen historisch bewijs dat de affuiten nooit geschilderd zouden zijn,' verklaren de mannen die zich zo geweldig inzetten met het opknappen en vernieuwen van de kanonnen op de wallen.
Het is jammer dat men het argument om de affuiten in rood te zijn gaan schilderen onterecht afdoet met dat er geen historisch bewijs zou zijn dat verven nooit gebeurt zou zijn. Het tegendeel is juist waar. Hout, bijvoorbeeld gebruikt als gebruiksvoorwerp en wapentuig werd in die tijd niet geschilderd.
Er is niet één afbeelding of beschrijving te vinden waar sprake is van schilderen van dergelijke voorwerpen. Logisch, want wie weet hoe in vroegere tijden verf gemaakt moest worden, weet dat dat een intensive en zeer kostbare zaak was. Tafels, stoelen en huismeubilair werden om die reden uitsluitend in de olie of in de was gezet! Verf werd gemaakt en gebruikt door de kunstschilders voor schilderijen of decoraties. Een blik verf kopen zo als tegenwoordig was ondenkbaar. Alles moest met natuurlijke producten gemaakt worden.
Een ander belangrijk argument om de affuiten NIET te schilderen, is dat het minimaal vier keer kostbaarder is dan het in de olie of beits te zetten. Door de affuiten te schilderen zal je ze nu elke twee jaar grondig moeten gaan schuren en opnieuw verven om ze in goede staat te houden. Het is zo jammer dat mijn opmerkingen als negatief beoordeeld worden.
Helaas, want ik weet waar ik het over heb en wil alleen maar geargumenteerd advies geven. 
Of er iets mee gedaan wordt is aan de mannen die hun uiterste best doen er iets moois van te maken. Maar op deze manier verspild men een hoop tijd, geld en is er sprake van Disneyficatie van de historische kanonnen.

Rens van Adrighem



Hans de Visser schreef: Helemaal gelijk Rens, het komt op de foto erg kitserig over. Ik kan mij niet voorstellen dat dit de originele kleuren waren. Lijnolie of bruine karboleum of teer had beter gestaan, en ruikt ook nog eens autenthiek.

zaterdag 6 juli 2013

Wie kent ze niet...















HERINNERING
Voor de Brielenaren onder ons: als reactie op deze foto gaat mijn harde schijf zoeken in het herinneringen bestand, daar staat de familie Baris - op het Wellerondom - mij nog vers voor de geest. Het winkeltje had 2 balies, links de snoep en andere zoetwaren, en rechts een balie met allerlei huishoudelijke artikelen, zoals driehoek groene zeep, Lodaline, zeeppoeders, en zelfs klompen. 
Dit jaar kwam ik nog een paar klompjes van mezelf tegen, die uit het winkeltje van Baris komen...

Hans de Visser.

dinsdag 2 juli 2013

Herinneringen aan de wallen

SPELEN OP DE WALLEN

DE BUURT WAAR IK OPGROEIDE
Van 1050 tot 1969 woonde ik in de Witte de Withstraat. Vóór die tijd heette het daar Het Baantje. Er stonden vóór 1950 alleen aan het begin - na de stadsschuur met woning (voormalige gasfabriek) - alleen een rijtje van vier woningen met de plee's in de tuin met groen geverfde deuren met een hartje uitgezaagd op ooghoogte, (zeker om te kijken of de poepdoos bezet was) en een woning met een grote kippenren. Daar woonde de familie Janson. De witte woningen aan de noordzijde, waren er in 1950 als eerste gebouwd. In de jaren daarna werd de straat aan de zuidkant bebouwd. Daarvoor moesten de bewoners van het Maarland Nz. een flink stuk van hun tuin voor afstaan.


In 1954 werden de stadsschuur en het hofje met de vier woningen afgebroken en kwam daar nieuwbouw voor in de plaats.



BUURTBEWONERTJES
Een groot deel van mijn  jeugd heb ik doorgebracht met het spelen met de buurtbewonertjes uit de Witte de With- en Dijkstraat. Onder anderen: Bert, John en Josje Bels, Henk (Gofy) Overbeeke, Gerrit Tuk, Adrie en Jos Passenier, Jack Lobs, Nico Heijmans, Frans Verhoef, Aad van 't Hof, Leo van Santen, Ria en Conny Vermeulen, Pia en Els van Bodegom, Willy, Ria, Suze van der Blink, Theo Ritmeester, Adrie en Bas Witte. Ons speelterrein was buiten de Witte de With-en Dijkstraat, de stadsschuur, de bunkers aan het einde van de Dijkstraat en bovenal de wallen. Dat was in alle opzichten echt een Eldorado.




HUTTEN BOUWEN
Op de wallen achter de Witte de Withstraat stonden hoge populieren. Om op de wallen te komen moest je over de sloot springen die achter de huizen langs liep. Langs de sloot stonden op de wallen heel oude knotwilgen. Aan de kant van de vest stonden vooral meidoorns tegen de wallen aan. Daar kon je bijna niet zonder kleerscheuren tussendoor komen. Onderlangs de vest was een smal pad met veelal hoge bomen die soms over het water staken. bouwden we nogal eens hutten in de bomen op een hoogte van een meter of vier. Hout en spijkers daarvoor vonden we bij de nieuwbouw in de straat. Bij de groenteboer kon je sinaasappelkisten bemachtigen, waar we de wanden mee betimmerden. We bouwden hutten van wel een meter bij anderhalf tot twee meter, met een dak van oud-Hollandse dakpannen die we op het terrein van de stadsschuur pikten. Die hutten kon je vooral zomers bijna niet zien, dus hadden we altijd 'geheime' plekken waar we speelden.

ROND HET MONUMENT VAN DE NOORDPOORT
Op het ravelijn van Bastion IX liepen altijd de schapen met schaapherder Hannes. Hannes had altijd een pruim of shagje in zijn mondhoek, en zat vaak de stront van de kont van de schapen af te halen. 
De wallen lagen vol met schapen keutels, die we schapen dropjes noemden. 
Die deden we wel eens in een papieren puntzakje, en lieten de wat kleine kinderen wel eens proeven. 'Hier,… neem een lekker droppie.' 

REPTIELEN
Bij de restanten van de Noordpoort vingen we hagedissen en salamanders. Met die hagedissen moet je voorzichtig doen, want als je ze bij hun staart pakte, liet de staart las en moest het diertje verder zonder zijn staart het leven door. Thuis maakten we een terrarium van een oud aquarium waar we een ruitje vervingen door muggengaas. Izak Quack uit de Kaaistraat die alles wist over die dieren, vertelde ons hoe we die diertjes moesten verzorgen.

SOLDAATJE SPELEN
Bij Hannes kwam ook vaak de oude meneer Romein, de opa van Jan Romein van de zevenhuizen. Die had in het leger gezeten en gaf daar les in schermen. Wij maakten als kinderen zwaarden van een paar latten en de vriendelijke oud-militair ging ons dan leren schermen. Er waren daar ook schuttersputten uit de Tweede Wereldoorlog en wij speelden dan vaak soldaatje. Ik had een oude helm en een pukkel, (een militaire tas). Van een stuk pijp en een gordijnroede had ik een 'Stangun', (een automatisch geweer) gemaakt.

VLIEGEREN
Vliegeren deden we daar ook. Die vliegers maakte ik zelf. De latten daarvoor haalde ik in de timmerwerkplaats van Henk Steenbergen en vliegertouw en vlieger papier kon je in alle kleuren kopen bij van der Linden in de Voorstraat. Op een keer had ik een vlieger van wel twee meter groot gemaakt. Met Jack Lobs probeerden we het gevaarte de lucht in te krijgen. Er stand zoveel wind dat we een IJsselsteentje aan de staart van het apparaat moesten binden. Er moest zelfs nog een tweede steen bij, zoveel wind stont er. Eindelijk hing hij in de lucht en we hadden de grootste moeite om hem met zijn tweeën in de lucht te houden. Op een gegeven moment brak het vliegertouw, en stortte de vlieger neer aan de overkant van de Prikkevest, op het land van Kraayeveld. Weg vlieger!

HET BASTION ALS UITKIJK
Bovenop het Bastion kon je prachtig uitkijken over het Brieltje, zag het Stenenbaak, het eiland Rozenburg met zijn boerderijen, de kerk van Maassluis en de petrochemische industrie van Pernis kon je daar heel goed zien. 


Tijdens de watersnoodramp in 1953 was het daar een drukte van belang, omdat het er om hing of ze het gat in de dam bij Oostvoorne konden dichten. Dat lukte gelukkig, waardoor het eiland Voorne van een ramp bespaard is gebleven. Midden op het Bastion lag een betonnenplaat met daarin de tekst: L.W.P.  BRIELLE ANNO 1939










VLAGGENMAST
Aannemer Henk Steenbergen, die aan het eind van de Dijkstraat zijn werkplaats had, schonk in 1968 de gemeente een vlaggenmast met in top een goudkleurig geuzenschip als windwijzer.


SCHAATSEN OP DE VEST
's Winters maakten we altijd bij ons achter - tussen Bastion VIII en het gemaal -  een wedstrijdbaan van driehonderd meter als het ijs op de vest dik genoeg was. Aan de vestkant hadden we een soort trap gemaakt tussen de meidoorns door, om makkelijk de wallen op- en af te komen. Met 'prikkabel' en een flink aantal lampen die we ophingen aan een paar stellingpalen, verlichtte we de ijsbaan. De stroom daarvoor mochten we bij ons thuis aansluiten. Het was altijd een zeer gewilde plek om te komen schaatsen en ook de Technische school heeft er schaatswedstrijden gehouden. Vele kerstvakanties en ook als we geen vakantie hadden, hadden we onze handen vol met het 'baanvegen' met onze zelfgemaakte sneeuwschuivers. 

BUNKERS
Bastion VIII, was militair terrein en afgezet met een omheining. Daar lagen vermoedelijk belangrijke dingen opgeslagen, want wekelijks kwamen soldaten met geweren in de aanslag de boel controleren. Toch speelden wij achter de bunker wel op het terrein. Het was daar prachtig begroeid en een rustige - opvallend stille - plek om te spelen. 

De bunkers op Bastion VII stonden ook op militair terrein dat afgesloten was met een hekwerk, en het verboden was daar op te gaan. 
In die tijd haalde je het niet in je hoofd daar toch op te gaan.

Achter de Technischeschool was een bunker waar we wel speelden. Daar kon je gewoon in. Links en rechts waren zware groengeverfde houten deuren en de ramen konden ook afgesloten worden met zware luiken. Het was een gewelfde bunker onder de wallen. Binnen kon je achterin door een tunneltje naar de vestkant kruipen.

FEESTTERREIN
Op Bastion VI 'Het Hollebolwerk', vonden sinds jaar en dag de feesten plaats. 'Het kind van Voorne', geschreven door Johan Been is daar in de jaren twintig van de vorige eeuw opgevoerd. Bekende artiesten hebben daar na de Tweede Wereldoorlog opgetreden. Onder anderen Willy Alberti en Olga Lowina het jodel fenomeen. Het was in mijn jeugd ook de plaats waar de Koninginnedag gevierd werd. De Oranjevereniging organiseerde daar van alles. Zeepkisten race, koekhappen, zaklopen, touwtrekken en zoveel meer. De organisatoren; Dirk Guillonard, Arie van Eendenburg, Pauw van Adrighem, Broodshoofd, en vele anderen, stonden dan met een geluidsinstallatie op een aantal boerenwagens op het terrein. De zeepkisten race deed ik altijd aan mee, want ik maakte karren van onderstellen van kinderwagens. Met de kar ging je dan zo snel mogelijk 'de hol' af naar beneden en dan werd gekeken hoe ver je kwam. Wie het verst kwam was dan de winnaar. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit tot de winnaar behoorde.
Op 'Het Hollebolwerk' was op 5 mei altijd het Vreugdevuur. Een enorme berg snoeihout werd midden op het terrein opgestapeld. Zodra het donker werd ging de fik in de brandstapel en Libertatis speelde wat Brielse liederen. Er was een jaar dat 'Fluitje poep' Van Eijsden uit de Coppelstockstraat, als grap een dag eerder de brandstapel in de fik stak. De gemeentewerkers hadden de vijfde mei handen vol werk om een nieuwe brandstapel te realiseren, en dat lukte.
Later is het Vreugdevuur verplaatst naar Bastion IV, 'Het Bleykersbolwerk'. 

HET ORANJEPLEIN
Op Bastion V 'Het Westerbolwerk', was het Oranjeplein met 16 houten noodwoningen en een badhuis. In 1967 werd het Oranjeplein ontmanteld en in 1972 in zijn oude staat hersteld. Op mijn website staat het complete verhaal over het Oranjeplein.








BASTION IV
Het Bleykersbolwerk. Ook daar stonden bunkers, waar landbouwwerktuigen van Hobbel die op het Scharloo woonde opgeslagen waren. In de jaren '60 was daar een speeltuin gevestigd. Weer later vonden daar ook Kerstboom verbrandingen plaats. 
In de jaren '70 werden de bunkers verwijderd.




HET GALGENBOLWERK
Op het galgenbolwerk stonden barakken die bewoond werden door onderanderen de families Dekker, (directeur ziekenfonds) en Stubenisky. De noodwoningen stonden langs de tennisbaan die daar was.
Op de foto de sloop van de woningen en de tennisbaan.
























HET KRUITHUIS
Het kruithuis was een gecamoufleerde bunker. aan de buitenkant zag het er uit als een woning, maar binnen was het een gewelfde ruimte, waar in vroeger jaren kruit werd opgeslagen. Alle Brielse 'schoffies' zullen daar in de jaren '50 en '60 wel eens binnen zijn geweest. Toen was er nog een voorportaal. Samen met het gewelf is het verdwenen. Wat daar precies met het gewelf is gebeurd is niet duidelijk, maar dat het weg is is zeker. 




HET ZWEMBAD
In de Molenvest was tot begin jaren '70 het zwembad. Via een doorgang onder de wallen door kwam je in het zwembad. De badhokjes waren aan de wallenkant. 
De meeste Briellenaren leerden echter zwemmen aan de toenmalige overkant: 'het Vlooienbad', omdat je daar niets hoefde te betalen. 



In 1954 werd het zwembad uitgebreid door aan de kant van het vlooienbad de kleedruimtes en een strand met ligweide aan te brengen. Bijna alle Briellenaren hebben altijd heel veel plezier gehad in het zwembad.
Begin jaren '70 werd het huidige zwembad de Dukdalf gebouwd en kwam er een einde aan het 'open' zwembad in de Molenvest.





BASTION I
Het Molenbolwerk, was het terrein waar boer Roskam over beschikte. Ook daar stonden bunkers, maar daar kwam je als jeugd zijnde niet bij, anders kreeg je het aan de stok met Roskam. 
Tijdens de restauratie van de wallen in 1974 werden de bunkers gesloopt en kwamen de 'teerlingen' van de vroegere molen tevoorschijn. 
De molen 'Het Vliegend Hert' is toen weer opgebouwd.




Het moge duidelijk zijn, dat we als Brielse schoffies heel wat hebben afgestruind op de wallen, met altijd uitzicht op de Brielse Dom om te kunnen zien hoe laat het was. 
Je moest immers altijd op tijd thuis zijn. 

Op mijn website staan een aantal uitgebreide pagina's over wetenswaardigheden van Den Briel.

Rens van Adrighem

Reactie Alex Overbeeke
Ik heb het wallenverhaal aandachtig gelezen en vele memories kwamen weer terug. Mijn complimenten! Toch heb ik enige reacties cq toevoegingen ter meerdere eer en glorie voor Den Briel! Allereerst bij de buurtbewonertjes is mijn voornaam verwisseld met mijn neef Henk die in de Dijkstraat woonde. Dhr. Romein was volgens mij opzichter fortificaties en reed altijd in militairtenue op de motor rond en hij woonde in een van de huizen achter het hoofdgebouw van het Asylplein nabij de werkplaats van loodgieter de Bruijn die weer woonde in de Voorstraat op de hoek van de Geuzenstraat. Het bewuste tunneltje van de bunker is ons verteld als kinderen door Dhr. Lebrun, die tegen de wallen woonde nabij bastion VI. De bunker op bastion IV werd als opslagplaats gebruikt door Dhr. Hobbel voor landbouwmateriaal en hij woonde aan het Scharloo naast de werkplaats van aannemer Poldervaart. Het Oranjeplein (bastion V) was in de 2e wereldoorlog de verblijfplaats van militairen waar later bewoners van Den Briel in kwamen wonen vanwege de woningschaarste. Het badhuis werd beheerd door Dhr./mevr. Smit die in de zomertijd ook het zwembad in de Molenvest onder hun hoede hadden. Welke Briellenaar heeft niet leren zwemmen aan de hengel van Dhr. Smit!!! Trouwens in mijn jeugdjaren was ik bevriend met je broer Arthur wegens het feit dat jouw vader en mijn vader bij WRW voetbalden. Tot zover mijn bijdrage en keeping up the good work!!

Gr. Alex (alias Lex alias Alejandro)

Alex. Bedankt voor je bijdrage aan deze blog! Toch weer wat leuke details boven water gekomen op deze manier. De naam van je neef Henk heb ik aangepast. Over het Oranjeplein, WRW en het zwembad staan op mijn website aparte pagina's met veel foto's. Je vader heb ik ook beschreven in mijn boek 'Markante Briellenaren'. Gr. Rens.